Geen monteur gevonden in Appingedam

Het kan voor komen dat er op dit moment geen monteur in uw regio beschikbaar is.
Vul daarom onderstaand formulier in zodat wij een passende oplossing voor U kunnen vinden.



Neem contact met ons op

Appingedam ( uitspraak (info / uitleg)) (Gronings: Dam of Daam) is een stad en gemeente in de provincie Groningen in het noorden van Nederland. Het aantal inwoners per 31 augustus 2020 was 11.523, per 1 januari 2020 waren dit er 77 minder, te weten 11.644 inwoners.

Beschrijving

De gemeente beslaat een oppervlakte van 24,62 km² (waarvan 0,79 km² water). Een inwoner van Appingedam wordt een Damster of Appingedammer genoemd. In de Middeleeuwen sprak men wel van Damsaters, Latijn Dammenses, dat is 'dambewoners'.

Het stadje Appingedam, gelegen aan het Damsterdiep, was vroeger de hoofdstad van Fivelingo. Het is tezamen met de stad Groningen een van de twee plaatsen met historische stadsrechten in de provincie. Het centrum van de plaats is een beschermd stadsgezicht met uitbreiding. In de gemeente heeft ook Marsum een beschermd dorpsgebied.

Naam

De naam Appengadomme (1225) of Damme (1235) is volgens sommige theorieën ontleend aan een dam in de rivier de Appe of Apt. Op naamkundige gronden is een afleiding uit de riviernaam Appe onwaarschijnlijk. Dergelijke vormen komen in de Middeleeuwen alleen voor bij landschapsnamen als Fivelingo. Waarschijnlijker is een afleiding van de persoonsnaam Appe/Abbe, dan wel de familienaam Appinga/Abbinga. Appingedam betekent dan 'dam bij de woonplaats van de mannen van Abbo' of 'dam bij de woonplaats van de familie Abbinga'. Volgens enkele 15e-eeuwse bronnen werd de kloosterwierde ook wel Appingen genoemd. Vergelijkbaar daarmee is de kloosterwierde Appingen in de Krummhörn, 1401 Appungen.

Geschiedenis

Ontstaan

Over de precieze ouderdom bestaat geen zekerheid. De archeologische vondsten gaan terug tot ongeveer 1140, al zijn er enkele oudere vondsten (waaronder een Badorf-kan uit de 10e eeuw) gedaan..

Appingedam ontstond vermoedelijk rond 1100 op een van de dijken langs de Delf (het latere Damsterdiep) of een van de voorlopers daarvan. Bij de kruising van de Delf, de Groeve, de Groote Heekt en enkele handelswegen ontstond een nederzetting van schippers, koop- en ambachtslieden. In een document uit 1224 is voor het eerst sprake van een markt- of vergaderplaats (Forum), waarmee waarschijnlijk Appingedam wordt bedoeld.

Over de beginperiode bestaan verschillende theorieën, die zich concentreren op de vermoede loop van het riviertje de Appe (zie daar). Een aantal auteurs (Hoft 1990; Ten Broek 1935-37) gaat ervan uit dat Appingedam is ontstaan aan een dam in de Heekt, de Appe of de Groeve. De nederzetting zou al hebben bestaan voordat rond 1200 de Delf (het Damsterdiep) werd gegraven. Als consequentie van deze opvatting wordt soms gesteld dat met de in 1057 genoemde plaats Geleviswert, waar munten werden geslagen, niet Garrelsweer maar Garreweer wordt bedoeld. Andere auteurs meenden dat Appingedam pas na het graven van de Delf is gesticht. Het stadje zou mogelijk zijn ontstaan aan een sluis of dam in de Delf (Kooke & Vermeulen 1978). Recent historisch-geografisch onderzoek heeft laten zien dat het Damsterdiep al voor het jaar 1000 moet zijn gegraven om de ontwatering van het achterland te verbeteren (Ligtendag 1995). Aanwijzingen voor het bestaan van een dam in de Delf zijn echter niet gevonden.

Groei en bloei

Door de gunstige ligging aan de Delf, die een open verbinding met de zee vormde, groeide de nederzetting in korte tijd uit tot een belangrijk handels- en marktcentrum. Appingedam werd de hoofdplaats van het Friese gewest Fivelingo. Aan de kaden van de Delf werden binnengelopen zeeschepen afgemeerd en losten en laadden schippers hun vracht. Vervolgens werden de goederen opgeslagen en verhandeld. Handel werd gedreven met Noord-Duitsland en het Oostzee-gebied, Scandinavië en Westfalen. Bij de Wezertol van Bremen golden gunstige uitzonderingstarieven voor Damster schepen. Appingedam was een belangrijk regionaal marktcentrum. De groei van de stad bleek ook uit de omvang van de romanogotische H. Mariakerk, die halverwege de 14e eeuw de Nicolaïkerk werd en in deze periode als het ware met de stad meegroeide.

Appingedam had in de middeleeuwen niet alleen in economisch, maar ook in juridisch en bestuurlijk opzicht een centrumfunctie. Al in de 13e eeuw vergaderden hier de redgers van het Friese gewest Fivelingo. De zelfstandigheid van rechtspraak en bestuur werd bevestigd in 1327. In dat jaar erkenden de vertegenwoordigers van de Zeven Friese Zeelanden, verenigd in het verbond van de Upstalsboom, de al van oudsher in Appingedam bestaande rechten en gewoonten en leggen deze vast in het stadsprivilege van Appingedam, de buurbrief. De voertaal in Appingedam was in de middeleeuwen Fries. Dit blijkt ook uit overgeleverde Oudfriese wetsteksten. Het Fries werd als gevolg van de Hanzehandel en de invloed van de stad Groningen aan het einde van de middeleeuwen verdrongen door het Nederduits.

Achteruitgang en nieuwe bloei

In 1514 werd Appingedam ingenomen door Georg van Saksen. De bevolking, die voor een deel zijn toevlucht had gezocht in de Nicolaikerk, werd uitgemoord. Bij dit bloedbad kwamen volgens Wilhelmus Coenders van Helpen meer dan 1000 mensen om het leven, waaronder ook ouden van dagen, vrouwen en kinderen.

In 1536 werd de stad ingenomen door Meindert van Ham, een aanvoerder in het leger van Karel van Gelre, maar in september van datzelfde jaar werd hij verdreven door Georg Schenck van Toutenburg, stadhouder van Karel V. Daarna werden de vestingwerken geslecht.

Eigenlijk had Schenck van Toutenburg bevolen dat heel Appingedam gesloopt moest worden. Hij liet er een garnizoen legeren onder leiding van overste Hans Hesse, die hierop moest toezien. De Damsters wisten echter op Hesse in te praten om vooral geen haast te maken met de sloop van de huizen. Daardoor werden alleen de vestingwallen gesloopt. Het Augustijnenklooster moest ook worden gesloopt, maar dat werd verboden door Schenck zelf, wiens broer er begraven lag. De stad Groningen probeerde nog in 1565 landvoogdes Maria van Hongarije (die de sloop van Appingedam aanvankelijk had bevolen) ervan te overtuigen de sloop alsnog uit te voeren. Zij wees dit verzoek af omdat de Stadjers hiervan in 1536 te weinig werk hadden gemaakt en bovendien al eens akkoord waren gegaan met een uitspraak van de rechter over een handelsconflict tussen beide steden.

Hoewel Appingedam sinds de 16e eeuw in economisch opzicht geleidelijk aan achteruit ging, ontstond er tijdelijk een opleving rond 1630, toen het renaissancistische Raadhuis gebouwd werd en rond 1760 toen veel gevels, vooral in de Solwerderstraat, werden vernieuwd. Aan het eind van de 18e eeuw werden toch nog altijd zo'n 50 zeeschepen per jaar bevracht en werden regelmatig vaste beurtdiensten onderhouden op Sneek, Amsterdam en Leer.

Langs het Damsterdiep stonden steen- en pannenbakkerijen, kalkovens en scheepswerven. Wind- en rosmolens zorgden voor het malen van graan en boekweit het persen van olie en het zagen van hout. Bovendien telde de stad zes bierbrouwerijen, twee jeneverstokerijen, enkele leerlooierijen, weverijen, garentwijnderijen, een zeepziederij, een lijmziederij, een azijnmakerij en een zoutkeet.

Toen de Fransen zich opmaakten voor het Beleg van Delfzijl (1813-1814) werd Appingedam van de voorraden leeggeroofd. Later zou Marcus Busch, als Nederlandse kolonel van de schutterij de belegeraar van de vestingstad Delfzijl, zijn hoofdkwartier in Appingedam kiezen. De Damsters zouden tijdens het beleg nog wel natte voeten krijgen, want Pierre Maufroy, verdediger van de stad, sloot de sluizen van Delfzijl, zodat de Fivelboezem onder water kwam te staan.

Na de voltooiing van het Eemskanaal nam de scheepvaart over het Damsterdiep af en wist buurplaats Delfzijl deze naar zich toe te trekken. Delfzijl wist te bedingen dat de Damsters geen gebruik van het Eemskanaal mochten maken. In 1884 kreeg de stad aansluiting op de spoorlijn Groningen - Delfzijl. Het vervoer over water nam hierdoor nog verder in belang af.

Aan het einde van de 19e eeuw bloeide de Damster economie weer wat op. Appingedam maakte vooral naam met de veemarkten, waarvan de paardenmarkt de belangrijkste was. In 1870 introduceerde C. Roggenkamp de eerste stoommachine in Appingedam en richtte hij een van de eerste stoomtimmerfabrieken van Nederland op, Molly.

Eerste helft van de 20e eeuw

Aan het begin van de twintigste eeuw ontwikkelde de stad zich meer en meer tot het industriële centrum van Fivelingo. Appingedam kreeg onder andere een zuivelfabriek, een vlasfabriek, een strokartonfabriek De Eendracht, een gasfabriek, een trailerfabriek (onderdeel van de DAM) en twee carrosseriefabrieken Medema en Bos (later Smit). De machinefabriek Ter Borg & Mensinga (Borga) kreeg wereldfaam en de Appingedammer Bronsmotorenfabriek van Jan Brons produceerde de Bronsmotor, een scheepsmotor van eigen vinding die over de hele wereld werd verkocht. Thans staat op de hoek van de Kniestraat en de Dijkstraat, als industrieel monument, de reusachtige krukas van zo'n Bronsmotor. De industrie vestigde zich vooral langs het Damsterdiep en De Groeve (het Damstermaar), de verbinding met het Eemskanaal. Met de groei van de industrie namen ook de middenstand, het bankwezen en onderwijs en maatschappelijke voorzieningen toe, onder andere door initiatieven van de advocaat en lokale politicus mr. A.T. Vos.

Met de groei van de bedrijvigheid steeg ook de vraag naar woonruimte voor de arbeiders. Hiertoe werden nieuwe wijken gebouwd. Ten noorden van het oude stadscentrum bouwde Werkliedenvereniging De Harmonie tussen de oude wierde, het Damsterdiep en de spoorlijn langs de Harmoniestraat een arbeiderswijkje. In de jaren tot de oorlog werd dit gebied verder ingevuld met woningen en een sportterrein. Onder andere de herenwoningen nabij het station en de Rijks-HBS aan de Wilhelminastraat (1917, later ingericht als gemeentehuis) dateren uit deze periode. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd een aantal woningen langs de Harmoniestraat verwoest. Ze werden later vervangen door nieuwbouw. Aan de zuidzijde van het centrum verrezen begin 20e eeuw eveneens woningen ten zuiden van het Nieuwe Diep (een "bypass"van het Damsterdiep). Aan de Westerkade vormen deze arbeiderswoningen een strak lint langs het water. De Bronsmotorenfabriek liet in 1924 symmetrische arbeiderswoningen bouwen aan de Scharreweersterweg. Ook de strokartonfabriek, het gemeentelijk woningbouwbedrijf en woningstichting Patrimonium bouwden hier woningen. Dwars op de weg naar Scharreweer en Farmsum werd binnen een orthogonaal stratenpatroon een groot aantal twee- en drie-onder-een kapwoningen gebouwd voor zowel particuliere bouw als volkshuisvesting. Na de oorlog werd deze wijk verder volgebouwd met vooral woningwetwoningen tot aan Opwierde, deels als onderdeel van het 1000-woningenplan van de provincie Groningen.

Na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog werd Appingedam aanvankelijk meer en meer overvleugeld door buurgemeente Delfzijl. Deze plaats ontwikkelde zich in hoog tempo tot de derde havenstad van Nederland en tot een van de belangrijkste industriële centra in het noorden des lands. De ontwikkeling in Appingedam verliep veel gestager. Op sommige gebieden, zoals de winkelvoorzieningen, was zelfs sprake van stilstand. Zoals vaak was er een prikkel nodig om de ommekeer in te luiden.

In 1972 verwierf Appingedam het predicaat beschermd stadsgezicht. Daarmee verkreeg het gemeentebestuur de juridische en financiële mogelijkheden de in verval geraakte binnenstad nieuw leven in te blazen. In hoog tempo werden ambitieuze plannen ontwikkeld om de historische binnenstad te restaureren met behoud van de eigen identiteit. Niet alleen werd het aanzien van de stad verfraaid, ook de middenstand leefde op en de bedrijvigheid nam toe. Onder het motto Appingedam, terug in de vaart ondernam Appingedam een geslaagde poging toeristen en ondernemers naar de stad te trekken. De vaarrecreatie kwam tot ontwikkeling, mede dankzij de openstelling van het Damsterdiep-vaarcircuit. De stad werd uitgebreid met nieuwbouwwijken.

In Appingedam hebben ook twee kazernes gestaan. Tussen 1949 en 1964 waren militairen gelegerd in de Pieter Bierema Kazerne aan de Stationsweg. Militairen van de Koninklijke Luchtmacht en ook eenheden en opleidingscentra van de Koninklijke Landmacht hadden tot 1990 hun legerplaats in het Kamp Fivelingo, later de Willem Lodewijk van Nassau Kazerne, aan de Westersingel. De Pieter Bieremakazerne (de vroegere Ambachtsschool) is gesloopt; in 2002 is het oude hoofdgebouw van de W.L. van Nassaukazerne verbouwd tot appartementencomplex.

21e eeuw

Door het winkelaanbod, de recreatiemogelijkheden, de aanleg van de 'Stadshaven Appingedam', de wegverbindingen en het openbaar vervoer speelt Appingedam een rol als toeristisch centrum voor de noordoostelijke hoek van de provincie Groningen. Daarnaast heeft het zich ontwikkeld tot regionaal verzorgingscentrum, zowel in bestuurlijk opzicht als op het gebied van het onderwijs en de winkelvoorzieningen. Die laatste hebben zich ten dele verplaatst naar buiten het historische centrum, dat sinds 2010 met toenemende leegstand wordt geconfronteerd.

Appingedam behoort tot het gebied waar aardgaswinning in het nabijgelegen aardgasveld van Slochteren heeft geleid tot bodemdaling en aardschokken. In november 2013 maakte de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed bekend dat uit onderzoek was gebleken dat het Raadhuis van Appingedam behoorde tot de 69 rijksmonumenten die hierdoor schade hadden geleden. In de zuidoostelijke wijk Opwierde-Zuid ontstond in 2017-2018 commotie bij de bewoners door onzekerheid ten gevolge van tegenstrijdige berichten over de noodzaak van een voorgenomen versterkingsoperatie van woningen.

Bezienswaardigheden

Appingedam oogt onmiskenbaar als een stadje. In het centrum zijn van oorsprong middeleeuwse panden te bewonderen. De bekendste bezienswaardigheden zijn de middeleeuwse Nicolaïkerk (opgenomen in de Top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg), het ertegenaan gebouwde renaissancistische Raadhuis en boven het Damsterdiep drie hangende keukens en twee smalle bruggetjes.

De gemeente telt een aantal rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en oorlogsmonumenten, zie:

  • Lijst van rijksmonumenten in Appingedam (plaats)
  • Lijst van rijksmonumenten in Appingedam (gemeente)
  • Lijst van gemeentelijke monumenten in Appingedam
  • Lijst van oorlogsmonumenten in Appingedam

Cultuur

Toeristische en culturele activiteiten

Appingedam kent gedurende de zomerperiode de jaarlijkse Damster Stadsfeesten, die in juni starten met een kermis en een muziekevenement, de Nacht van Appingedam. Enkele andere stadsfeesten zijn de (middeleeuwse) Coopluydenmarkt, de Kunst- en Cultuurdag, Het Beachvolleybaltoernooi en de Gondelvaart. De stadsfeesten worden in september afgesloten met de Damsterdag met een tweetal optochten met praalwagens, het zogenaamde papiercorso. De wagens zijn hier, anders dan bij de bekendere bloemencorso's, niet met bloemen versierd, maar alle onderdelen zijn bekleed met duizenden kleurrijke papieren roosjes, gemaakt van crêpepapier.

Kunst in de openbare ruimte

In de gemeente zijn diverse beelden, sculpturen en objecten geplaatst in de openbare ruimte, zie:

Musea en collecties

Appingedam telt de volgende musea en tentoonstellingsruimtes:

  • Museum Stad Appingedam (vaste historische collectie en exposities)
  • De Noordelijke Kunsthof (exposities)
  • Museum-galerie Møhlmann (vaste collectie en exposities van realistische en figuratieve kunst)

In het rijksmonumentale voormalige gebouw van de openbare bibliotheek aan de Koningstraat bevond zich tot 2017 het Fransema Kabinet. Daarin was de boekencollectie ondergebracht van Ekke Fransema (1864-1928) uit Godlinze, bestaande uit ± 4500 zeldzame werken op het gebied van geschiedenis, rechtsgeleerdheid en kerkgeschiedenis.

Economie

Appingedam heeft twee industrieterreinen en enkele bedrijventerreinen. In het centrum is een ruim winkelaanbod. Op het Overdiepterrein zijn koop- en huurwoningen en een winkelcentrum gebouwd. De bestaande jachthaven op deze locatie wordt gedeeltelijk verplaatst. Tussen Appingedam en Delfzijl, ook wel het Tussengebied genoemd, zijn kantoorcomplexen en een zwembad gebouwd.

Onderwijs

Appingedam heeft vijf basisscholen en vestigingen van twee scholen voor voortgezet onderwijs: het Noorderpoort College (vmbo en mbo) en het Rudolph Pabus Cleveringa Lyceum (havo en vwo).

Gemeente

De gemeente Appingedam omvat de plaatsen en buurtschappen Appingedam, Garreweer, Jukwerd, Laskwerd, Marsum, Oling, Opwierde, Solwerd, Tjamsweer. Als een van de weinige gemeenten in Groningen heeft Appingedam de gemeentelijke herindelingen doorstaan: de gemeentegrenzen komen vrijwel overeen met die bij de invoering van gemeenten in 1811.

Per 1 januari 2021 zal de gemeente echter met Delfzijl en Loppersum een nieuwe gemeente vormen onder de naam Eemsdelta. Al in 2008 drongen Damster ondernemers aan op de vorming van een grote gemeente voor het Eemsmondgebied, in het belang van de economische en industriële ontwikkeling. Nadat de opname in één grote gemeente voor geheel Noord-Groningen niet was doorgegaan, stemde de gemeenteraad van Appingedam uiteindelijk in met uitwerking van het voorstel tot samenvoeging met Delfzijl en Loppersum, ondanks de gehechtheid aan het eigen karakter van het historische stadje en het van oudsher gekoesterde wantrouwen jegens de ambities van de grotere buurgemeente Delfzijl.

College B&W

  • Burgemeester Koos Wiersma (CDA (waarnemend))
  • Wethouder en 1e loco Annalies Usmany-Dallinga (GemeenteBelangen)
  • Wethouder en 2e loco Lea van der Tuin (CDA)

Gemeenteraad

De gemeenteraad telt 15 zetels.

Stedenband

Appingedam heeft sinds 1989 Aurich in Oost-Friesland in de Duitse deelstaat Nedersaksen als partnerstad.

Infrastructuur en vervoer

Belangrijke verkeersaders zijn de N33 (Assen - Eemshaven), de N989 (Appingedam) en de N360 (Groningen - Delfzijl).

Appingedam heeft een station aan de spoorlijn Groningen - Delfzijl in de vorm van een eenvoudige wachtgelegenheid. Het oorspronkelijke station Appingedam uit 1884, behorend tot het Standaardtype Sneek, werd in de jaren zestig genomineerd voor de monumentenlijst, maar viel ten prooi aan verwaarlozing en werd na een brand in 1981 gesloopt. De spoorlijn wordt geëxploiteerd door Arriva.

Ook heeft Appingedam een busstation aan de Farmsumerweg met de buslijnen:

Vanaf 1921 werden de streekbusverbindingen onderhouden door de oranjerode bussen van de DAM, die gevestigd was aan de Wijkstraat bij de Oosterdraaibrug. In 1970 nam de GADO deze lijnen over. De concessie voor het "grote" busvervoer is per 13 december 2009 in handen van Qbuzz.

Wateren

Behalve het nabijgelegen Schildmeer kent Appingedam ook het Eemskanaal, het Damsterdiep, het Nieuwe Diep, de Groeve-Noord, de Teugen en de Groeve-Zuid. Het Kattendiep liep door het centrum van Appingedam, van café het Gouden Anker achter de Solwerderstraat langs en via het Gouden Pand en de parkeerplaats nabij Bolwerk liep hij bij het huidige Chinese restaurant het Damsterdiep weer in. In 1966 werd het Kattendiep gedempt. Later hebben op de plek waar het Kattendiep liep, een straat en een parkeerplaats dezelfde naam gekregen.

Sport en recreatie

Door Appingedam loopt de Europese wandelroute E9, ter plaatse ook Noordzeepad of Wad- en Wierdenpad geheten. Ook heeft Appingedam een voetbalclub, volleybalclub, een (tafel)tennisvereniging, een badmintonvereniging, een boksvereniging en een fietscrossvereniging. Tevens is er een zwembad/sporthal.

Jaarlijks vindt er sinds 1997 de Stadsloop Appingedam plaats, een internationale atletiekwedstrijd over een afstand van 10 kilometer.

Ook wordt jaarlijks een volleybaltoernooi gehouden. Een 2 daags toernooi, 1 voor de amateurs en 1 voor nationale professionals.

Bekende Damsters

Geboren in Appingedam

  • Jacob Perizonius (1651-1715), hoogleraar in de geschiedenis en klassieke talen in Franeker en Leiden.
  • Heino Hermannus Brucherus (Tjamsweer 1724-1797), predikant en rector in Appingedam. Schreef Geschiedenis van de Kerkhervorming in Groningen.
  • Jhr. Willem Alberda van Ekenstein (Tjamsweer 1792-1869), bewoner van de borg Ekenstein, kamerheer in buitengewone dienst van de koning.
  • Johannes Quintinus Cleveringa (1796-1875), burgemeester
  • Fokko Alting Mees (1819-1900), advocaat in Nederlands-Indië, minister van Koloniën, lid van de Raad van State en president van de Nederlandsche Handel-Maatschappij.
  • Rudolph Albert Cleveringa (1821-1903), burgemeester
  • Adriaan Louis Poelman (1827-1893), predikant, journalist en politicus
  • Jan ten Brink (1834-1901), schrijver, theoloog en hoogleraar in de Nederlandse letterkunde in Leiden. Auteur van de Damster roman De familie Muller-Belmonte.
  • Albertus Jan ten Brink (1836-1917), schrijver (broer van Jan ten Brink).
  • Izaäk Herman Reijnders (1838-1925), politicus en burgemeester van Onstwedde (nu gemeente Stadskanaal) (zoon van Synco Reijnders).
  • Carolus Justus Lewe van Aduard (1852-1917), jonkheer en burgemeester
  • Rudolph Pabus Cleveringa (1852-1919), jurist
  • Titia Klasina Elizabeth de Haas-Okken (Solwerd 1854-1928), schrijfster van schetsen en vertellingen in het Damster dialect.
  • Jhr. Witius Hendrik de Savornin Lohman (1864-1932), rechtsgeleerde, van 1901 tot 1931 lid van de Hoge Raad, sinds 1914 als president (zoon van Alexander de Savornin Lohman).
  • Hendrik Krayer van Aalst (1869-1933), zendeling in Nederlands-Indië tussen 1897 en 1928. Publiceerde boeken over zijn ervaringen.
  • Johannes Wytema (1871-1928), burgemeester van Rotterdam van 1923 tot aan zijn dood.
  • Anne Siberdinus de Blécourt (1873-1940), rechter, rechtshistoricus, hoogleraar oudvaderlands recht in Leiden. Schreef Fivelgoër Landleven (1901).
  • Arent Tonko Vos (1875-1955), advocaat, wethouder en locoburgemeester van Appingedam. Schreef openluchtspelen die in Appingedam werden opgevoerd en de jaarlijkse Nieuwjaarswens van Thomasvaer en Pieternel voor de Stadsschouwburg in Groningen.
  • Obbo Johannes Scherphuis (1890-1980), politicus van de Vrijzinnig Democratische Bond (VDB) en de Partij van de Arbeid (PvdA), wethouder van Appingedam en burgemeester van Ten Boer en Slochteren.
  • Willem Bijlefeld (1894-1961), architect die vooral werkzaam was in het noorden van het land
  • Rudolph Pabus Cleveringa (1894-1980), hoogleraar handelsrecht en burgerlijk procesrecht in Leiden. Protesteerde op 26 november 1940 in een beroemd geworden rede tegen het ontslag van joodse collega's. Later lid van de Raad van State.
  • Tjomme Boltjes (1899-1971), jurist, notaris en vicepresident van de Hoge Raad der Nederlanden.
  • Karel Arkema (1901-1965), kunstschilder en lid van De Ploeg.
  • Jan Leugs (1905-1982), leider van het Damster verzet, commandant van de BS. Later directeur van de DAM.
  • Jakob Pieter Scheltens (1919-1996), hoogleraar fiscaal recht en notarieel recht in Leiden.
  • Riek Venema (1924-2014), schrijfster van romans, waaronder Veleman.
  • Klaas Bolt (1927-1990), organist, improvisator en orgelkundige. Vaste bespeler van het hoofdorgel van de Grote of Sint-Bavokerk in Haarlem.
  • Fenna Vergeer-Mudde (15 november 1946), van 2002 tot 2006 lid van de Tweede Kamer voor de SP.
  • René Pingen (1959-2016), kunsthistoricus, directeur van het Design Museum 's-Hertogenbosch
  • Evelien Koogje (1959), Olympisch roeister.
  • Nathalie de Vries (1965), architect en urbanist.

(Oud-)inwoners

  • Focko Ukena, (± 1360-1435), Oost-Fries hoofdeling, bewoner van de borg Dijkhuizen bij Appingedam.
  • Sibylle van Griethuysen (1621-1699), schrijfster en dichteres, woonde van 1645 tot 1654 in Appingedam en werd "de Damster Sappho" genoemd. Schreef het hekeldicht Spreeckende schildery.
  • Jacobus Isebrandt Harkenroth (1676-1736), predikant en rector van de Latijnse school in Appingedam sinds 1722. Schreef het geschiedkundige werk Appingedammer Oudheid.
  • Synco Reijnders (1793-1873), notaris, schrijver, dichter, burgemeester van Appingedam van 1833 tot 1843 (vader van Izaäk Herman Reijnders).
  • Jhr. Alexander de Savornin Lohman (1837-1924), voorman van de Christelijk-Historische Unie, lid van de Tweede en later de Eerste Kamer en minister van Binnenlandse Zaken. Was van 1862 tot 1866 rechter in Appingedam (vader van Witius Hendrik de Savornin Lohman).
  • Jan Brons (1865-1954), uitvinder van de verstuiverbakmotor en grondlegger van de Appingedammer Bronsmotorenfabriek.
  • Kornelis ter Laan (1871-1963), SDAP-politicus en voorvechter van de Groninger taal en cultuur, van 1891 tot 1893 onderwijzer aan de Fransche School te Appingedam en medeoprichter en redacteur van de Nieuwe Damster Courant.
  • Emile Ratelband (1949), ondernemer en mediapersoonlijkheid.
  • Evert Rozema (1892-1964), gemeentearchitect van Appingedam. Ontwierp vele huizen en gebouwen in de stijl van de Amsterdamse School.
  • Henny Arkema-Niezen (1901-1984), schilderes en keramiste, lid van De Ploeg (echtgenote van Karel Arkema).
  • Albert Alberts (1911-1995), schrijver en historicus, geëerd met de Constantijn Huygensprijs in 1975 en de P.C. Hooft-prijs in 1995. Woonde in de jaren vijftig korte tijd in Appingedam.
  • Piet Vink (1927-2002), PvdA-wethouder en locoburgemeester van Den Haag, woonde van 1953 tot 1960 in Appingedam.
  • Rikus Jager (18 mei 1954), CDA-politicus, burgemeester van de gemeente Westerveld. Was van 1979 tot 1994 gemeenteraadslid in Appingedam en was Tweede Kamerlid van 2002 tot 2010.
  • Arnold Kruiswijk (2 november 1984), profvoetballer, groeide op in Appingedam en speelde in het jeugdelftal van VV Appingedam. Verdediger bij achtereenvolgens FC Groningen, RSC Anderlecht, Roda JC, sc Heerenveen en Vitesse.

Zie ook

  • Lijst van burgemeesters van Appingedam

Externe links

  • Website van de gemeente Appingedam
  • Appingedam in beeld - historische, culturele en toeristische informatie

Witgoed reparatie